Geschiedenisles op straat

Geschiedenisles op straat

 

 

door Willem Adriaansens

Hé, een speeltuin”, roept één van de groep acht-leerlingen van de Krabbendijkse Zevensprong als hij tijdens een speurtocht speeltoestellen in het vizier krijgt. De speelplaats is een welkome afwisseling tussen alle historische vragen van de speurtocht en wordt door alle leerlingen aangegrepen om even te ‘chillen’.

De historische speurtocht gaat uit van het Oosterscheldemuseum en is georganiseerd in het kader van de week van het Nationaal Park Oosterschelde. In Hansweert, Kruiningen, Yerseke, Rilland en Krabbendijke (twee scholen) moeten leerlingen van groep acht vragen beantwoorden over het verleden van hun eigen dorp en de geschiedenis in het algemeen. 

„Dat is leuk hoor”, zegt leerkracht Marnix Maljaars van groep acht van de Zevensprong. „Je leert zo een hoop over je eigen dorp en omgeving. Zeker in deze tijd waar je op internet al gauw in de wijde wereld terechtkomt. Nu loop je door je eigen dorp.” 

Meester Maljaars grijpt de vragen aan om zoveel mogelijk uitleg te geven bij alle zaken die in de vragen voorbij komen. Ook laat hij de leerlingen zelf over onderwerpen vertellen. Zoals bij een vraag over de molen. Isabelle vertelt een heel verhaal over molens en de werking ervan. „Jij weet er echt veel van”, concludeert de meester na haar betoog. „Ik ben een keer bij de molenaar geweest”, legt Isabelle uit.

Ook de inventiviteit van de leerlingen komt tijdens de tocht naar boven. Bij het station wordt gevraagd wanneer de eerste trein tussen Roosendaal en Vlissingen reed. „Dat ga ik vragen bij de info”, roept Thijs, en hij drukt op de knop van de informatiezuil. „Als je maar netjes blijft”, is de voorwaarde van de meester. Keurig stelt Thijs zijn vraag in de microfoon. De verraste informatieverstrekker moet echter het antwoord schuldig blijven: „Dat durf ik zo niet te zeggen.” 

Maar de laatstejaars-Zevenspronger is niet voor één gat te vangen. „Weet één van uw collega’s het misschien? Het is voor een speurtocht.” Even later adviseert een stem uit een ander deel van het land, nadat hij de vier multiple choice-antwoorden heeft aangehoord: „Ik zou gaan voor 1868.” Met een klassikaal ‘doei’ nemen de leerlingen afscheid van de NS-medewerker en vervolgen hun tocht.

Vandaag strijden Thijs, Fay en Priscilla in de Kruiningse raadszaal tegen de vijftien winnaars van de vijf andere scholen (drie per school). Voor de eerste drie van de finale is er een prijs. Net als voor de school met de minste fouten. Die krijgt de Jacoba van Beieren wisselbeker.

 

PZC 11-09-2015